Verheug u!

“Want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.” (Rom. 14:17)

Als het over het Koninkrijk gaat, gaat het vaak over gerechtigheid en over vrede, maar slechts zelden over vreugde. Bovendien zijn veel christenen opgevoed met het idee dat emoties slecht zijn en niet te vertrouwen. En zeker als het gaat om vreugde, blijheid, lachen … Bij genade hoort somberheid en een strak gezicht vanuit zondebesef. Toch noemt Paulus  vreugde hier als belangrijk kenmerk van het Koninkrijk. Tijd voor een herijking misschien?

Als je erop gaat letten gaat het in de Bijbel heel veel over vreugde. Met name wanneer er sprake is van redding, verlossing, bevrijding. Grappig in dit verband is, dat de woorden genade en vreugde in het NT Grieks dezelfde wortel hebben.

Feest

In het OT staan veel profetieën die vreugde koppelen aan de komst van de Messias (bijv. Jes. 61, 62 en 65, of Jer. 31). De teneur is dat treurnis en verslagenheid de emoties zijn van deze eeuw. Vreugde is de emotie van de komende eeuw. Het is ons erfdeel! In psalm 16 staat dat echt leven ten diepste is “overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde” (vs. 17). In Joh. 17 zegt Jezus dat eeuwig leven inhoudt dat je de Vader kent. Deze verbondenheid is vreugdevol, het is een feest!

Jezus vertelt in Matt. 25 de gelijkenis van de talenten. Tot de slaven die zijn bezittingen tijdens zijn afwezigheid goed hebben beheert zegt de heer: ga in tot het feest. In de grondtekst staat hier: ga in tot mijn vreugde. Dat ligt voor ons en daar mogen we nú al uit leven. Tenslotte is God door de inwoning van de heilige Geest altijd dichtbij en kunnen we door Jezus zonder belemmeringen naderen tot de Vader!

Jezus onze vreugde

Maar ook hier geldt dat we als volgelingen van Jezus leven in de spanning van het reeds en het nog niet. Hoewel vreugde ons erfdeel is, ervaren we allemaal in onze levens de momenten die niet vreugdevol zijn. In 1 Petrus 1:3-9 wordt dit mooi beschreven. Jezus is gekomen om ons van dit lijden, deze treurnis en verslagenheid te bevrijden. Je groeit

Het is dit vooruitzicht, deze vreugde, die Jezus hielp om het lijden te dragen (Hebr. 12:2) en daarom kan het ons helpen om ons lijden te dragen. Waarschijnlijk ervaren we allemaal zo onze problemen. Maar God is altijd groter dan ons probleem! We moeten ‘onze blik gericht houden op Hem’! Als we Hem niet groter maken is onze focus verschoven. Tenslotte is Hij onze vreugde (vgl. oa Ps. 16 en Fil. 4)!

Spiegel

Emoties zijn een spiegel van de waarheden en overtuigingen die je in je binnenste koestert. Vreugde kan een graadmeter zijn voor je relatie met Jezus (1 Petr. 1:7). Leef je dicht bij Hem? Is je oog op Hem gericht? Ervaar je dat zijn oog op jou is? Bovendien is vreugde een aantrekkelijke en aanstekelijke emotie. Meer vreugde over Jezus en over je redding maakt Gods Koninkrijk groter in alle facetten van het leven. Doordat t het echte geloofsleven aantrekkelijk maakt voor iedereen die Jezus nog niet kent is vreugde een missionaire kracht …. Waar wachten we nog op?

Deze blog is geschreven n.a.v. mijn preek van zondag 20 januari jl. Deze is terug te luisteren via www.vineyardamersfoort.nl  en de bijbehorende prezi kun u hier vinden

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Meditatief

Apocalyps

Harold Camping verkondigt de wederkomst van Christus op 21 mei 2011. Op 21 december 2012 zou de wereld vergaan volgens de orthodoxe Mayakalendergelovigen.  De film 2012 zag er dramatisch uit (zie hier de trailer). Velen namen de dreiging serieus en bereidden zich voor door te hamsteren en veilige onderkomens te kopen/bouwen. Het bleek niet nodig. Hoe serieus moeten we omgaan met de dreiging van een dergelijke apocalyps?

openbaring
Het woord apocalyps betekent zoiets als: openbaring. Wat verborgen is, is nu aan het licht gekomen. In de Joodse cultuur was een hele literaire stroming ontstaan van apocalyptische literatuur. Daarin werden vaak visioenen en dromen in verhaalvorm op schrift gesteld. Daarin botsen vaak twee ‘werelden’ met elkaar, waarbij één vervolgens ophoudt te bestaan en er een nieuwe start begint. Bijbelse voorbeelden van dergelijke boeken zijn Openbaringen van Johannes, en delen van de boeken Daniël en Zacharia.

Jezus geeft op vragen van zijn discipelen over zijn wederkomst een apocalyptisch antwoord in Mattheus 24 en 25. De kern daarvan is dat niemand het moment van zijn wederkomst weet, alleen de Vader in de hemel. En als de Messias terugkomt zal het zijn in grote luister en heerlijkheid om daarna een oordeel te vellen over de mensheid. Over deze eindtijd geeft Jezus aan dat gelovigen vervolgd zullen worden en dat er veel misleiding door valse profeten en messiassen zal zijn.

voorbereid
Jezus roept ons op om voorbereid te zijn. Niet zoals de apocalypsvreters door voorraden op te slaan en in een schuilkelder te kruipen, maar juist met door te gaan  te doen als anders. Dat is: zorgen dat je verwachtingsvol vervuld blijft met de heilige Geest (gelijkenis van de 10 meisjes) en je verantwoordelijkheid neemt alsof Jezus nu nog steeds / al bij ons op aarde leeft (gelijkenis van de talenten).

Een zin waar je gemakkelijk overheen kunt lezen is deze: “Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen” (Matt. 24:14). Hierin ligt de enorme uitdaging om ook door te gaan met missie en evangelisatie als onderdeel van het normale ‘apocalyptische’ christelijke leven.

apocalyps now!
2012 ging uiteindelijk voorbij zonder eind der wereld. Maar is de feitelijke apocalyps al niet aan de gang sinds Jezus’ eerste rondwandeling op aarde? We leven in de spanning tussen het koninkrijk van de huidige eeuw en die van de toekomende eeuw die een einde maakt/komt maken aan de huidige eeuw. Dagelijks breekt dit hemelse Koninkrijk door en breidt het uit. Het einde is daar als dit Koninkrijk is uitgebreid tot aan de einden der aarde. Door je dagelijkse christelijke leven te leven en Hem dagelijks te verwachten help je daaraan mee.

Paulus beschrijft in Gal. 1:12 dat zijn bekering de apocalyps, de openbaring van Jezus in zijn leven was. Mag Jezus elk moment een apocalyps teweeg brengen in jouw en mijn leven, in dat van je buren, je stadgenoten, je landgenoten en de totale wereldbevolking?!
Het einde IS namelijk al gekomen!!!

Je kunt mijn preek beluisteren via www.vineyardamersfoort.nl en de bijbehorende prezi bekijken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Meditatief

Leerschool

Afgelopen zondag sprak ik over vertrouwen. Geloof en vertrouwen hangen samen, het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Geloven en vertrouwen is niet iets wat je hebt of niet en that’s it; je kunt erin groeien. In Rom. 12:3 staat dat we allemaal een mate van geloof hebben ontvangen toen we tot geloof kwamen. En Jezus is de oorsprong en voleinder van ons geloof (Hebr. 2:2). In de grondtekst staat er een woord voor voleinder dat iets betekent als ‘ tot volwassenheid brengen’. In het Engels staat er: the author and perfecterer of our faith. Author geeft associatie van schrijven. Jezus schrijft het geloof in onze harten en de vraag is even of ons hart groot genoeg is om er meer tekst op kwijt te kunnen…. Mag Hij je verder brengen en trainen tot een dieper geloof en vertrouwen? Om het met Dallas Willard te zeggen: Hij nodigt je uit om mee te regeren en je eigen koninkrijk uit te breiden in overeenstemming met zijn plan voor jou….

Twee soorten vertrouwen

Een van de uitgangsteksten van mijn preek was Jer. 17:5-8. In Jer. 17: 7 (Gezegend wie op de HEER vertrouwt, wiens toeverlaat de HEER is) worden twee soorten vertrouwen genoemd: batach en mibtach. Batach is dat je erop vertrouwt dat iemand in je noden voorziet, dat je naar een veilige schuilplaats kunt rennen om toevlucht te vinden. Het is kort gezegd jouw beweging naar God toe. Mibtach daarentegen is de beweging van God naar jou! Hij komt in z’n volheid en zijn favor (genade) om jou te vullen met alles wat je nodig hebt om niet alleen in je eigen noden te voorzien, maar om zelf een voorziener te kunnen worden voor jouw omgeving. Je komt daar op het terrein van je bestemming en erfenis. Het gaat er eigenlijk om: vertrouwt God jou zo dat Hij meer van de toekomende eeuw in je kwijt kan? Beide soorten vertrouwen horen bij elkaar. ‘Nader tot Hem dan zal Hij tot u naderen’.

Geloofstraining

Je kunt zeggen dat je levensomstandigheden een soort training zijn voor je geloof en vertrouwen, zowel de moeilijke als de mooie momenten. Hoe naderen we naar God in ons leven? Naderen we met waarom-vragen e/o verwijten over de situatie waarin we zitten? Of vragen we God hoe Hij de dingen ziet? En wat voor voorziening Hij geeft voor je situatie? Vragen we wat we nu moeten doen en wat Hij je wil leren om meer te groeien in het vertrouwen/geloof dat we hebben? Op momenten dat we laten zien dat we in onze levensomstandigheden de juiste dingen doen met Gods favor, zal Hij ons naar een hoger level van favor brengen en zullen we meer zien en bevatten van zijn glorie. Op die momenten ontvangen we meer dan slechts voorziening. We ontvangen een openbaring van de toekomende eeuw in het nu. We ontvangen onze erfenis! Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. (Rom. 8:18) Deze tekst heb ik vaak gelezen vanuit het perspectief dat die toekomende heerlijkheid pas na mijn dood en misschien zelfs met de wederkomst van Christus zichtbaar zou worden. Hoewel dat voor een groot deel ook zo zal zijn, lees ik de tekst nu ook zo, dat die glorie nu al zichtbaar wordt door ons huidige lijden en onze huidige gebrokenheid heen.

Dat kan alleen als je leeft in Gods directe tegenwoordigheid… Oog in oog met God, in zijn intieme nabijheid! Als zijn kinderen worden we geoefend. In Hebr. 12 gaat het over een ‘leerschool’ (vs 7) en ‘ vorming’ (vs. 11). Het woord voor vorming in de grondtekst heeft dezelfde basis als het wordt gymnastiek. Van trainen kun je spierpijn krijgen. Dat voelt niet lekker, net zo min als de moeilijke omstandigheden die je in je leven tegen kunt komen. Maar training brengt je door je spierpijn heen wel op een hoger niveau. Mag Jezus je verder brengen? Hij is de perfecte trainer die al door alles heen is gegaan en weet waar hij over praat…

De preek is te beluisteren op http://www.vineyardamersfoort.nl/Audio_-_Preken_files/300912-jaap_vertrouwen.mp3. De bijbehorende prezi kun je terugvinden op http://prezi.com/7wfpdlagbylq/vertrouwen/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Meditatief

Rust

Vorige week zondag sprak ik naar aanleiding van deze tekst uit Matt. 11:28-30: Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Blijkbaar raakte het een gevoelige snaar. Vanwege de reacties een korte samenvatting.

De vakantie nadert en ik verlang ontzettend naar rust en automatisch moet ik dan aan deze uitnodigende woorden van Jezus denken. Als we nadenken over rust, dan blijven we in eerste instantie vaak steken bij de afwezigheid van drukte, deadlines, verplichtingen, etc. Met rust heeft het leven een lagere versnelling.

Maar dat is niet in eerste instantie de rust die Jezus bedoelt. Matteus heeft deze woorden in een context geplaatst. Zonder de rest van Matt. 11 zou je de tekst zomaar verkeerd of te oppervlakkig kunnen interpreteren.

Perspectief

In dit hoofdstuk test Jezus ons waarnemingsvermogen. Wat zie je? Kijk eens goed!
(1) Johannes de Doper stuurt z’n discipelen om te vragen of Jezus echt de beloofde Messias is. Jezus geeft geen direct antwoord, maar vraagt: wat zien jullie?
(2) Vervolgens gaat hij met omstanders in gesprek. Waar zijn jullie eigenlijk naar gaan kijken in de woestijn? Wat wilde je daar zien? Hij verwijt de mensen dat ze zien wat ze willen zien. Johannes verweet men door een demon bezeten te zijn, Jezus wordt verweten een weerspannige zoon te zijn, een dronkaard. Mensen oordelen vanuit hun eigen perspectief op de dingen.
(3) Jezus daagt de mensen uit om van perspectief te wisselen, want als Sodom en Gomorra al deze wonderen hadden gezien zouden ze nog bestaan! Let dus op hoe je kijkt en welk oordeel je velt, want met Sodom en Gomorra liep het verkeerd af…

En dan zegt Jezus: ik ben de Zoon en het is daarom logisch dat ik alles van de Vader weet. Als je nu echt wil komen tot de Vader en tot het kennen van God: kom dan bij mij! Johannes was nog een representant van het Oude Testament, een vertegenwoordiger van een tijdperk waarin het draaide om de wet, de Torah. Wilde je God leren kennen, dan moest je de wet kennen. En Johannes was nog wel de allergrootste van dat tijdperk! Maar vanaf nu is het zelfs voor de allerkleinsten mogelijk om God te kennen….

Last

En de leiders  van het volk deden dat voor: ze bestudeerden minutieus de wet en lazen zelfs tussen de regels door om zo een glimp op te kunnen vangen van God. Ze vertrouwden op eigen kracht, inzicht, wijsheid en kennis. Ze waren er dag en nacht mee bezig. Dat was echt niet weggelegd voor de gewone man, die konden niet lezen of hadden de tijd er niet voor. En elke situatie leidde tot een nieuwe regel. Ondragelijk zo’n wettische last…

Jezus zegt: leg die last als je blieft af! Neem mijn last maar want die is licht. Ik ben er niet op uit om je als een politieagent te veroordelen als je het niet goed doet. In tegendeel, als je bij mij komt krijg je eindelijk rust. Ik ben het venster van waaruit je uitzicht hebt op de Vader. Kom maar, kijk door mij heen. Zie je de Vader? Leer je zo God al beter kennen!?

Wil je echte rust? Dan moet je tot Jezus komen!

Door drukte en verplichtingen in een overvolle agenda kun je zomaar te weinig tijd hebben om tot Jezus te komen. Dan breng je ook je materiële last en vermoeidheid niet bij hem. En voor je het weet droog je ook geestelijk uit….  Kom tot rust, kom tot Jezus!

De preek is gehouden op zondag 8 juli 2012 en is (binnenkort) te beluisteren via www.vineyardamersfoort.nl/preken luisteren.  Wil je de mp3 ontvangen, vraag het dan in een reactie op deze post en voeg je emailadres toe (deze wordt niet gepubliceerd).

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Meditatief

Jezus kussen?

We zitten midden in de lijdenstijd, waarin we toeleven naar Goede Vrijdag en Pasen. Een tijd waarin extra sterk naar voren komt hoezeer God ons liefheeft. Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.- Joh. 3:16. Hij had er alles voor over om jou en mij weer terug te brengen in relatie met Hem.

Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’– Gen. 2:16 God mist de mens. Hij mist jou en mij, en daarom had Hij er alles voor over om ons terug te krijgen. God is liefde (1 Joh. 4:8). Liefde en geven horen bij elkaar. God gaf alles, zelfs zijn Zoon, omdat Hij liefde is. En hoor je zijn roep? ‘Waar ben je?’ De weg is in Jezus weer open! Wat is jouw antwoord op deze genade?

Proskyneo
Ons beste antwoord is aanbidding. Aanbidding is liefde die liefde beantwoordt. Het woord voor aanbidding, dat bijv. in Joh. 4:22,23 wordt gebruikt in het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw, is in het oorspronkelijke Grieks proskyneo. Het is het gebaar dat we kennen van de man die de vrouw ten huwelijk vraagt en van de ridder die trouw zweer aan zijn koning: al knielend de hand van de ander kussen. Het is het gebaar van volledige overgave vanuit het vertrouwen en de intimiteit binnen de bestaande relatie. Het is het eren van een die je erkent als je meerdere.

Aanbidding is net zo: je erkent in Jezus, in God, je meerdere en je vertrouwt jezelf – alles wat je bent, bezit en doet – aan Hem toe. Je geeft je over in volledig vertrouwen binnen de intimiteit van de relatie, als een equivalent van die handkus….

Psalm 2 zegt het zo:

’10 Daarom, koningen, wees verstandig,
wees gewaarschuwd, leiders van de aarde.
11 Onderwerp u, toon de HEER uw ontzag,
breng hem bevend uw hulde.
12 Bewijs eer aan zijn zoon met een kus,
anders ontvlamt zijn woede, en uw weg loopt dood,
want bij het geringste ontsteekt hij in toorn.
Gelukkig wie schuilen bij hem.’

Kussen is de erkenning van de relatie die je onderhoudt met een ander. Een beeld van ‘wij kennen elkaar’. Des te erger de manier waarop Judas Jezus benadert in de ‘nacht waarin Hij werd overgeleverd’. Hij gebruikt dit symbool om Jezus te verraden.

Welk antwoord geven wij op Gods genade? Kussen we Jezus’ hand in overgave of als een Judas om Hem te verraden?

[Deze blog is geschreven n.a.v. een preek die ik heb gehouden op 25 maart 2012. Klik hier om de preek te beluisteren en hier om de bijbehorende powerpoint te zien. Deze zijn ook rechtstreeks te beluisteren via www.vineyardamersfoort.nl.]

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Meditatief

Besmettelijk? – gedachten n.a.v. The tipping point

De afgelopen dagen heb ik het boek ‘Het beslissende moment‘  van Malcolm Gladwell gelezen. Het boek is onder zijn Engelse titel waarschijnlijk bekender: ‘The tipping point‘. Gladwell probeert daarin de dynamiek van hypes te beschrijven. Hij noemt ze ‘sociale epidemieën’, omdat de verspreiding van hypes en bepaald menselijk gedrag zich volgens hem gedraagt volgens de regels van medische epidemieën. En in zijn boek maakt hij dat meer dan aannemelijk. Tijdens het lezen spookte voortdurend de titel van één van de boekjes van Bill Hybels van Willowcreek door mijn hoofd: ‘ Hoe word ik een aanstekelijk christen?‘ (Niet dat ik dat boekje ooit gelezen heb overigens – toen het in de jaren ’80 of ’90 uitkwam, hadden de meeste christenen in mijn omgeving het erover en ik kreeg jeuk alleen al van de Amerikaanse methodistische titel.) Deze vraag hield me tijdens het lezen van Gladwells boek steeds bezig: stel dat dit werkbaar is, hoe kunnen we dan een ‘sociale epidemie’ ontketenen voor Gods Koninkrijk?

The Tipping Point

Gladwell bespreekt een aantal principes die van belang zijn om over het omslagpunt, the tipping point, heen te geraken. Ik zal ze proberen kort samen te vatten.
(1) Wet van de Enkelingen: het gaat om de juiste personen op de juiste plaats. Om een boodschap te verspreiden zijn Verbinders-, Kenners- en Verkoperstypen nodig. De Verbinders maken met iedereen gemakkelijk contact en men kijkt naar hen, de Kenners bezitten de relevante kennis waar iedereen op zit te wachten en de Verkopers zijn in staat om individuen, groepjes en massa’s te overtuigen van het belang van de boodschap. (2) Maar dan ben je er nog niet, want hoe wordt de eerste boodschap van een kleine groep enthousiaste Verbinders overgebracht naar de massa? Dit wordt de beklijvende factor genoemd: door subtiele veranderingen in de presentatie van de boodschap slaat de besmetting over op de grotere groep – vaak zijn de scherpe randjes eraf en is coole uitgerekende vormgeving gebruikt. (3) Daarin zijn de omstandigheden en de sociale netwerk van doorslaggevend belang voor het menselijke denken. Dit principe heet de kracht van de context. Het is verbijsterend hoe het menselijke denken wordt bepaald door irrationele factoren (wat we niet verwachten) in plaats van geweten of empathie voor de medemens (wat we wel verwachten). Verder  is een belangrijke contextuele factor dat we als mens maar een beperkt aantal relaties goed kunnen onderhouden. En er is ontdekt dat er een natuurlijke maximale groepsgrootte is van ca. 150 personen waarmee organisch samengewerkt kan worden zonder hiërarchische structuren.

Een epidemisch evangelie…

Zijn er voor kerken conclusies te verbinden aan deze principes en zo ja welke? Naast het feit dat een opwekking ook een soeverein handelen van de Heilige Geest is, spelen ook veel menselijke factoren een rol die te beïnvloeden zijn. Ik denk aan sociologische en psychologische en mogelijk nog andere wetenschappelijke invalshoeken. Wetenschappelijk onderzoek over kerkgroei en opwekkingen is tenslotte niet nieuw: C. Peter Wagner (Fuller Theological Seminary; Global Harvest Ministries) en Christian Schwarz (Natural Church Developement) zijn hier al jaren mee bezig. Het zou toch mooi zijn als het evangelie zich als een soort epidemie zou verspreiden over de wereld. De wereld heeft het nodig. Ik probeer er hieronder een paar vragen over te stellen en antwoorden vluchtig en vooral oppervlakkig te verkennen. Ik daag je uit om mee te verkennen….

(1) Gaven en bedieningen

Herkennen we in onze kerk(en) Verbinders, Kenners en Verkopers? Dit zijn de mensen die bij uitstek in staat zijn om te connecten met de buitenwereld. Kunnen we ze vergelijken met respectievelijk apostelen, leraren en evangelisten (om maar in de terminologie van de vijfvoudige bediening te blijven)?  En als we ze herkennen in onze kerken, zetten we ze dan ook in? Op basis van het boek van Gladwell zou een pleidooi voor meer gavengerichte inzet van mensen in bedieningen en leidinggevende taken in kerken gehouden kunnen worden. De andere kant daarvan: daar waar traditionele ambten beschermd worden kan het Leven mogelijk minder goed stromen vanuit de kerk naar de wereld. Vorige keer schreef ik over het boek Cultuur van eer waarin Silk een pleidooi hield voor een apostolisch gemeentemodel, als een soort trechter waardoorheen Gods liefde (in de vorm van zijn Koninkrijk)  de wereld instroomt. Dit zou wel eens met elkaar kunnen samenhangen.

(2) Een beklijvende boodschap

Een volgende vraag is of onze boodschap, het evangelie, wel beklijft.  Gladwell bespreekt in zijn boek een aantal cases, waarin de oorspronkelijke versie van producten of boeken, etc. werd aangepast: de scherpe kantjes die de eerste coole freaks aanspraken werden eraf gehaald, zodat meer mensen het tof begonnen te vinden. Ze konden zich erdoor associëren met de oorspronkelijke voorbeeldgroep coole mensen. Wanneer is het evangelie cool en is dat überhaupt mogelijk? Of vinden we deze vraag eng, bang voor dwaalleer doordat we water bij de wijn doen? Wat zijn dan die ‘scherpe randjes’ van het evangelie? Paulus heeft het over het aanstootgevende van het kruis, nix water bij de wijn dus. Of gaat het om wat anders? Gaat het wellicht over vereenvoudiging van de boodschap zonder alle details en dogmatiek en om een ‘eenvoudig’ evangelie? Evangelisatie vraagt uit haar aard om een vereenvoudigde boodschap. De bijbel staat tenslotte vol met ‘oneliners’ die geschikt kunnen zijn voor evangelisatie: ‘Christus en die gekruisigd’ of  Joh. 3:16. Ik moet ook denken aan de kracht van de genade boodschap van Joseph Prince e.c.; door z’n eenvoud aantrekkelijk.

Een ander aspect van de beklijvende factor is de vorm van de boodschap. Welke vormen zouden passen binnen de coolfactor anno nu? Ik geloof in een krachtig evangelie van alle tijden en alle plaatsen. Die is te vertalen naar elke context en te verkondigen met elk middel… Kerken hebben de neiging om achter trends aan te lopen, maar zou het niet geweldig zijn om een trendsetter te worden? Wie goede ideeën heeft mag ze roepen!!!

(3) De kerkelijke context

Gladwell beschrijft hoe het tegengaan van graffiti en vandalisme in de New York metro’s een omslag teweeg bracht in de veiligheidssituatie in de metro’s. Door het vervangen van kapotte ramen en deuren en het opruimen van troep op de straten verminderde de criminaliteit in buurten drastisch. Gedrag van mensen hangt voor een groot deel samen met niet rationele boodschappen uit onze omgeving. Wat voor niet rationele boodschap zenden kerken uit naar de buitenwereld, als die buitenwereld uiteindelijk binnen komt? Dit hangt ook heel erg samen met wat voor soort kerk je wilt zijn, met je visie. Ik denk aan de Doorbrekers in Barneveld/Amersfoort met een grootschalige multimediale theatrale presentatie. Ook Marshill Church van Mark Driscoll bracht een dogmatische Neo-calvinistische boodschap in de context van een rockshow. Beide voorbeelden lijken enorm aan te slaan door deze aangepaste context.

Daar staat tegenover dat er ook grenzen zijn aan het menselijke vermogen om relaties te onderhouden en de effectieve groepsgrootte. Gladwell haalt onderzoek aan en cases waarin deze maximale groepsgrootte op 150 uitkomen. Er zijn visies die juist inzoomen op dit gegeven en netwerk kerken nastreven waarin kleinere groepen/kerken met elkaar verbonden zijn tot één grote plaatselijke gemeente. Floyd McClungs ‘Ik zie een leger‘ beschrijft zo’n principe.

Knellen

Aansprekender nog vind ik het voorbeeld van St. Andrew’s in Chorleywood (GB) zoals dat wordt beschreven in ‘Breakout‘ door Mark Stibbe en Andrew Williams. Door omstandigheden werd de kerk opgesplitst in zgn. MSC’s: Mid-Sized missional Communities, die qua grootte het midden houden tussen kringen en een kerk. Er ontstonden MSC’s die aansloten op allerhande soorten van maatschappelijke contexten en de gavenpatronen en belangstelling van de betrokken kerkleden. Dit sloeg aan en de kerk groeide vervolgens enorm. Een prachtvoorbeeld waarbij de context is aangepast en de boodschap beklijfde doordat de juiste mensen zich ermee bezig hielden. En, niet onbelangrijk, het evangelie bleek krachtiger dan ooit!

Behoorlijk irritant is dat sommige mensen vorm en boodschap niet uit elkaar kunnen houden. Ik moet denken aan het artikel dat onlangs in Trouw verscheen over de GKV churchplant Stroom in Amsterdam die zich langzamerhand moet gaan voegen naar de mores van haar moederkerk en daar de nodige moeite mee heeft. De emeritus hoogleraar J. Douma werd geciteerd, en hij had niets met die frivoliteit van churchplants. Überhaupt had hij niets met missionair gemeente zijn, aldus Trouw. Geconstateerd werd verder dat meer churchplants uit de traditioneel kerkelijke hoek dit vinden knellen. Wanneer een traditie de vormen gaat bepalen, wordt ook het evangelie uiteindelijk geketend in haar mogelijkheden om over een omslagpunt heen te komen… Ik denk dat we al heel veel hebben gewonnen als we het evangelie voor zich laten spreken, los van tradities en gebruiken. Het evangelie kan voor zichzelf opkomen. Dat heeft het al meer dan 2000 jaar gedaan….

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder boeken

Cultuur van Eer

Afgelopen zomer heb ik een module over evangelisatie afgerond voor het Vineyard Leadership Institute (VLI). Eén van de lectoren onderwees ons over de verschillen tussen de westerse schuldcultuur en de niet-westerse eer-schaamte culturen. Dit verschil heeft allerlei implicaties voor de manier waarop mensen uit deze culturen aankijken tegen (familie)relaties, gezag, wetgeving, etikette en zelfs voor theologische accenten die gelegd worden.
Ik vond het heel leerzaam en van praktisch nut voor bestaande en toekomstige contacten met mensen uit eer-schaamte culturen. Maar ik weet nog dat ik toen dacht, dat de schuldcultuur zo diep in mijn westerse wereld- en mensbeeld was geworteld dat ik waarschijnlijk nooit in staat zou zijn tot het leven in een eer-schaamte omgeving. Het confronteerde me met hoe ikzelf in het leven sta en hoe schuld of eer daarin heel wezenlijke invloed kunnen hebben.

Afgelopen najaar kwam ik een boekje tegen met de titel Cultuur van Eer, geschreven door Danny Silk. Ik heb het Engelstalige origineel gelezen. Silk is één van de pastors van Bethel Church in Redding (CA, USA). Silk betoogt dat een cultuur van eer een uitvloeisel is van veranderde identiteit door verbondenheid met Jezus. Een cultuur van eer is volgens hem ook nodig om het Koninkrijk van God door de te laten breken in deze tijd/wereld. ‘Life flows through honor’.

Het wordt als volgt kort samengevat: “The principle of honor states, that accurately acknowledging who people are, will position us to give them what they deserve, and to receive the gift of who they are in our lives”. Een cultuur van eer heeft dus te maken met onderling vertrouwen en verbondenheid – zowel onderling tussen mensen als tussen mensen en God, met besef van identiteit en roeping, met het zien van het belang van anderen en met apostolisch leiderschap. Silk betoogt dat veel kerken een pastoraal model van leiderschap hanteren, wat gericht is op mensen en hun behoeften en belangen. Apostolisch leiderschap is gericht op hemelse zaken, op Gods doelen met mensen en kerken: op het doorbreken van zijn Koninkrijk. Groei ontstaat door apostolisch leiderschap.

uitdaging

Richting het einde van het boek gaat Silk wel wat kort door de bocht, klinkt hier en daar een zelfgenoegzame toon en vergeet hij zijn stellingnames theologisch te onderbouwen. Ook ontwikkelt hij af en toe pretentieuze ambities, waarover ik graag mee droom, maar waarvan ik wat meer gematigde verwachtingen heb. Op dat moment verliest hij een stuk van de geloofwaardigheid die hij in de loop van het boek heeft opgebouwd, als hij schrijft over verhoudingen tussen mensen en de nieuwe identiteit die mensen in Jezus mogen ontvangen en ontdekken. En als hij de bijbelse gedachte van eren uitlegt. Daarvan valt in ons (westerse) op schuld en boete gerichte christendom een hoop te leren.

Het daagt kerken uit om minder naar mensen te kijken en meer van God te verwachten, om minder beheersmatig te werk te gaan en meer te werken vanuit vertrouwen. Maar als de kern van westerse theologie inderdaad verbeeld is door rechtspraak – overtreding, schuld en vrijspraak – wordt dat een lastige klus. De bijbel gaat echter verder: na onze vrijspraak zijn we er niet, we worden veranderd van glorie naar glorie naar het beeld van Christus. We worden kinderen en vrienden van God genoemd. We mogen meer hemels leren leven en denken. Dat houdt dan wel in dat we verwachten dat Gods Koninkrijk in ons alledaagse leven doorbreekt en dat een leven van tekenen en wonderen de norm wordt. Dat is een hele uitdaging… waar we dan ook weer genade voor krijgen :). Mijn gebed is na het lezen van het boek, dat Gods Koninkrijk inderdaad krachtig door mag breken als we Hem en elkaar eren zoals de bijbel ons dat laat zien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder boeken

Gods belofte aan Abram

Traditioneel is een nieuw jaar de gelegenheid bij uitstek om goede voornemens te maken. Een voornemen is een belofte aan jezelf. Het sneue is dat we aan het einde van het jaar en masse moeten constateren dat we de beloftes over afvallen, onszelf minder druk maken, meer sporten en dergelijke niet serieus hebben genomen. Nemen we onszelf dan wel serieus? God heeft ook voornemens, bijv. ‘Laat ons mensen maken naar ons beeld’  en Hij voerde dat voornemen uit. God neemt zichzelf en dus ook ons heel serieus. Hij heeft ook voornemens voor ons.

In Genesis 12 lezen we het bijzondere verhaal hoe God Abram roept:

1 De HEERE nu zei tegen Abram:  Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.
2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.
3 Ik zal zegenen wie u zegenen,  en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. [HSV]

Deze roepingsgeschiedenis is het begin van een nieuwe fase in de manier waarop God met mensen omgaat, waarin Hij actief in actie lijkt te komen om zijn belofte aan Adam en Eva na te komen. Tot die tijd acteerde God meer reactief op wat mensen uitvraten. Het is op zich opmerkelijk dat sinds Noach een aantal (maar niet heel veel) generaties voorbij zijn gegaan waarin het kennen van God verloren is gegaan. Hoe lijkt dit op onze tijd? Het godsbesef vervaagde van een levende Schepper van alle dingen, in een aanbidding van het geschapene zelf. God openbaart zichzelf aan Abram op een manier die past bij diens spiritualiteit. Hoe dat in z’n werk ging weten we niet, maar God sprak tot Abram en Abram herkende daarin een hogere macht met autoriteit.

Abram krijgt een enorme belofte en wat moet hij er dan voor doen? De belofte is gekoppeld aan een opdracht om uit te gaan. Er moet door Abram actie worden ondernomen. Hij moet een aantal zaken achter zich laten: zijn land, zijn familiekring, zijn vaders huis. (1) Zijn land verlaten: land mogen we  misschien wel zien als een typologie voor ‘cultuur’. Alles wat de samenleving waarin Abram functioneerde bepaalde: het rechtssysteem, de politiek, economie, etc. Als we Abram van dichtbij bestuderen in Genesis lijkt het erop dat Abram wel iemand was in zijn land. Abram moest dus zijn rol, aanzien en de zekerheid die hij er aan kon ontlenen opgeven. In een nieuwe omgeving werd hij een nobody. (2) Zijn familiekring  verlaten: Abram moet niet alleen zijn cultuur loslaten maar ook zijn familie. Familie is een breed begrip en gaat verder dan het gezin (ouders en kinderen). Familie is een borg voor inkomen, rechtszekerheid en bescherming. De familiekring verlaten is een typologie voor ‘bezit’, ‘veiligheid’ en ‘zekerheid’. Abram was een familiehoofd (zie Gen. 11) en die rol gaf hij op, waarmee hij op zichzelf lijkt te worden teruggeworpen. Hij neemt een groot risico. Aan de andere kant: Abram was een vermogend man: had veel vee en bedienden. Uit het verdere verhaal van zijn omzwervingen in Genesis blijkt dat zijn huishouden een legertje op zichzelf was, dat bij machte was om legertjes van locale stadsstaatjes te verslaan…. (3) Zijn vaders huis verlaten: Huis staat hier niet zozeer voor het fysieke huis waarin Abram en of zijn familie woonde. Veeleer wordt hier verwezen naar de vertrouwde omgeving waarin Abram is geboren en zijn persoonlijke identiteit heeft ontvangen: zijn naam, de overdracht van huisregels en cultuur, de plek waar hij ouderliefde ontving en hij zijn plaats in de geslachtslijn moest innemen. (Uit Gen. 11 lijkt Abram de oudste zoon te zijn). Huis wordt ook vaak gebruikt om een koninklijke geslachtslijn aan te duiden (het huis van David, bijv.). Het huis van zijn vader is een typologie voor ‘identiteit’.

Waarom moest Abram dit alles verlaten? God geeft aan dat Abram Hem moet volgen: naar een land gaan dat Hij zal wijzen. Dat betekent afhankelijkheid van deze sprekende God. God belooft nadrukkelijk dat Hij meegaat, dat hij zal zegenen wie Abram zegenen en vervloeken wie hem vervloeken. Kortom: totale afhankelijkheid en vertrouwen op God, niet van cultuur, van status, bescherming, identiteit etc.. Uit de rest van het levensverhaal van Abr(ah)am blijkt hoezeer dit een strijd was voor Abram.

Abram is ons voorgegaan. In Galaten 3 beschrijft Paulus dat wij door  geloof aan dé erfgenaam van Abram, Christus, verbonden zijn en dat daarmee deze enorme belofte ook voor ons leven geldig is. Op twee manieren: (1) Wij zijn zelf de vervulling van de belofte aan Abram. Wij zijn die vele volken die via Abram in Christus gezegend zijn, wij zijn het zand aan de oevers van de zee en de sterren aan de hemel, zoals aan Abram beloofd. In Christus is God met ons en wordt ons een land beloofd. Nu niet meer een fysiek land dat God zal wijzen, maar een geestelijk beloofd land: Gods Koninkrijk. En (2) ook in ons zullen alle volken van de aarde gezegend zijn! Daarom hebben wij volgens Gal. 3 Gods Geest ontvangen. (Let in dit verband ook op Han. 1: de beloofde Geest zal komen zodat we zullen getuigen tot aan de uiteinden van de aarde. Ook: Matt. 28:18 ev. – God is met ons en daarom kunnen we erop uit om alle volken tot zijn discipelen te maken).

Maar ook voor ons geldt dat we ons land, familie en vaders huis moeten verlaten! Jezus doet daar best stevige uitspraken over: je kruis opnemen, sterven aan jezelf, als je meer van  je familieleden houdt dan van mij ben je mij niet waard, etc. Dat is nogal wat! Ook wij moeten niet op eigen kunnen vertrouwen, maar op God! En Hij is het waard om op te vertrouwen. De bijbel staat vol met verhalen van mensen die een roeping, een belofte van God hebben ontvangen en ze hebben geloofd! In Hebr. 11:1 staat dat geloof is iets voor waar aannemen dat je nu nog niet ziet. Abram heeft de vervulling van die enorme belofte niet gezien, maar wel vertrouwd op God.

In Hebr. 11 staan nog veel meer verhalen van geloofsgetuigen. Ze kunnen ons helpen om ook te vertrouwen, los te laten en op weg te gaan, daar waar we nu de vervulling van die beloften nog niet zien. Hebr. 11 is sowieso interessant. Gods belofte aan Abram lijkt verder te gaan dan een fysiek beloofde land. Abram verwachtte een stad in de hemel…. Het lijkt erop dat God beloftes doet voor het nu met het oog op de eeuwigheid. Dat Hij materiële, fysieke beloftes doet met het oog op het geestelijke. Dat Hij individuele levens in het vizier heeft om het leven in z’n volheid voor alle mensen te zegenen. Kortom: door uit te stappen en Gods beloften over onze eigen individuele leven uit te leven dienen we God in het volvoeren van zijn kosmische plan om een verloren mensheid te redden! Wij zijn een onderdeel van zijn eeuwige plan tot zegen van alle volken! Wow!

Maar dat betekend dat we moed nodig hebben: om net als Abram en al die andere geloofsgetuigen om los te laten en op weg te gaan, om Gods beloften over ons leven te willen weten en onder ogen te zien en om God hierin te vertrouwen. Maar: God is te vertrouwen. Wat Hij belooft, aan zichzelf of aan mensen zoals Abram, komt altijd uit! Zo kunnen we wel met moed het nieuwe jaar om mee te werken aan Zijn voornemens….

[Dit is een korte outline van een preek gehouden op 1 jan. 2012. Klik hier voor de bijbehorende Prezi. Klik hier voor het beluisteren van de preek op http://www.vineyardamersfoort.nl]

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Meditatief